|
De
Auwe Neel is gebouwd in 1909. Toen zij bij scheepswerf Vrijenban
in Delft van stapel liep, werd zij Quo Vadis gedoopt.
In haar gloriejaren als vrachtschip bevoer de Quo Vadis de Europese
wateren. Jarenlang vakmanschap van de werfbaas zorgde ervoor dat het schip
sterk gebouwd is. Dit behoedde haar voor de gevaren van haar werk: stormen,
ondiepten, zelfs de tweede wereldoorlog.
Samen met haar schippers voer de Quo Vadis tientallen jaren van hier naar
daar. Met een lading bloembollen naar de Duitse steden aan de Rijn. Daar
een lading kolen innemen bestemd voor Engeland. Op één van
de zandbanken in de Thames zette de schipper het schip droog, zodat hij
haar romp van aangroei kon ontdoen en weer kon teren. Weer helemaal fris
en klaar voor de start koos de Quo Vadis het ruime sop, in ballast naar
St. Petersburg
om daar hout te laden voor haar thuishaven.
Dan werd het winter en tijd voor de rust. In die tijd vroren de
Noordeuropese wateren bijna elk jaar dicht. Het begon in de Oostzee, als
je daar niet op tijd weg was, raakte je ingevroren. De Noordzee bleef
meestal open, maar als het hard vroor, bevroor het buiswater op je schip
en tuigage en dat is ook niet fijn
Als de schepen zich in Nederland in hun thuishaven lieten invriezen,
leefde de gezelligheid op. Rond de houtkachel werden verhalen verteld
van eerder beleefde avonturen. Er was weer meer tijd voor kerkbezoek en
de kinderen gingen naar school. Dan kwam de lente en de Quo Vadis werd
weer helemaal opgeknapt voor een nieuw seizoen vol nieuwe avonturen.
|
|